
'Wat voor mens moet ik eigenlijk zijn?', verzucht Brand. Hij is aan het denken gezet door Lena, een jonge onderwijzeres uit de stad, die hem thuis komt leren lezen en schrijven. Keet, de argwanende vrouw van Brand, houdt hen beiden scherp in de gaten, want zij merkt dat haar man verliefd is op Lena. Gaandeweg groeit er in Keets hoofd een duister plan. Ze drijft Brand juist in de armen van Lena. Haar manipulaties blijven niet zonder gevolgen.
Van Warmerdam tekent in deze zwarte komedie de verwarring en wanhoop die in zo'n ingewikkelde driehoeksverhouding ontstaan. Te ingewikkeld voor Brand, te verwarrend voor Lena, te wanhopig voor Keet.