GRANIET FILM

< back


Hoe licht kan je zijn in een wereld als deze?

Door: Jan Ritsema

Op 30 april gaat 'Kleine Teun', de nieuwe film van Alex van Warmerdam in première. Jan Ritsema had een gesprek met hem, over een film die anders is dan de gelijknamige voorstelling die eraan voorafging. Anders ook dan 'Abel', 'Noorderlingen' en 'De Jurk', de films die eraan voorafgingen. Anders, beter. 'Kleine Teun' verenigt het beste uit de drie voorgaande films van van Warmerdam.

"Ik begin er steeds meer achter te komen dat de Alex van Warmerdam die zulke leuke komedies maakt niet bestaat. Hij heeft er maar één gemaakt, en dat was 'Abel'. Daarna kreeg ik meteen zo'n vlegelachtige reactie: dat ga ik dus niet nog een keer doen. 'Abel' maar drie karakters? Dan 'Noorderlingen' twintig.

Daar wilde ik ook een breed verhaal en een kaleidoscoop aan karakters. Dat script was echt een grote klus. Wat dat betreft was 'De Jurk' daar weer een reactie op. Ook gewoon in vorm. Daar een rood gordijn? Dan hier wit. En ik wilde nu wel eens een spontane film maken, die ik ook spontaan kon schrijven. Toen kreeg ik het idee om iets te volgen. Dat werd een jurk. Als de jurk ergens weggaat ben je op dat moment weer helemaal vrij om te beslissen waar hij terechtkomt. Nu, met 'Kleine Teun' zijn het gewoon drie mensen en een boerderij. Het lijkt net alsof ik daar beter in ben, of ik met drie mensen verder kom dan met twaalf."

"Het was misschien ook wel voor het eerst dat ik mezelf spelregieaanwijzingen heb horen maken. Zo heeft Annet (Malherbe) bijvoorbeeld nogal de neiging om een eind weg te spelen, en dan ook in alles de haat ten opzichte van Lena (Ariane Schluter) in die ogen te laten stralen. Maar ik zei: dat mag je niet doen, dat mag pas aan het eind, of alleen af en toe. Daar moet je heel zuinig mee zijn, anders zou Lena namelijk meteen vertrekken, dan gaan wij daar niet intrappen. In andere films waren dergelijke aanwijzingen gewoon niet aan de orde, omdat het allemaal partjes waren, deeltjes, die karakters hadden geen grote lijnen te spelen. In 'Noorderlingen' zeker niet, in 'Abel' een beetje, maar dat was veel primairder, elementair. In 'Kleine Teun' zijn de spanningsbogen veel langer."

"Het is voor het eerst in een film of een toneelstuk van mij ook belangrijk dat de toeschouwer zich dingen afvraagt die niet expliciet verteld worden. Als bijvoorbeeld Keet die onderwijzeres in huis haalt, is zij dan al van plan het de kant op te sturen die het uiteindelijk uitgaat? Het zou kunnen. Ik weet het zelf niet. Ik heb het niet zo bedacht,en dat is nieuw voor mij. Dat vind ik wel interessant.

Ik wist op een gegeven moment wel dat er iemand dood moest. Maar vier dagen voor de eerste tryout van de toneelvoorstelling was er nog niemand dood. Ik had alles maar wist alleen nog niet wie er dood moest. En toen heb ik de acteurs gevraagd elkaar om beurten met een bezemsteel dood te hakken, totdat ik de versie zag die ik geloofde. Gewoon door het te zien."

"Het feit dat 'Kleine Teun' eerst een toneelstuk is geweest leek me aanvankelijk een nadeel; voordat je het weet is het een gefilmd toneelstuk. Maar als je dat weet om te buigen tot een voordeel dan levert het opeens dubbel zoveel voordeel op, want een heleboel dingen hebben zich al getoond in de voorstelling. Dingen waarvan je denkt: dat moet ik erin laten want dat maakt het sterk, of: dat is te geconstrueerd voor een film, dat moet ik weglaten. Aan de andere kant heb ik ook veel scènes toegevoegd die niet in het stuk zitten. Dit is tenslotte een film."

"Je wordt soms door je omgeving in verwarring gebracht. Iedereen wil altijd maar lachen, daar word ik niet goed van. Bovendien: datgene waar om gelachen wordt is lang niet altijd waar ik om lach. Maar je kunt humor niet in klassen onderbrengen: goede en slechte humor. Ik hou van sicke humor. Maar bij het schrijven van een script denk ik niet: o, nu moet ik iets leuks schrijven. Integendeel,ik haal er heel vaak grappen uit, weg ermee. Daar gaan ze toch maar weerom lachen, denk ik dan, en dat maakt alles dood.

De lach is natuurlijk verslavend. Dat is wat mijn films voor sommige mensenmisschien ook vervelend of moeilijk maakt, dat ze lekker gemaakt worden meteen paar dingen waar ze om moeten lachen - al ben ik me daar lang niet altijd van bewust - maar die ze vervolgens worden afgepakt. Het is alsof je ze hun drug afneemt, en dan worden ze pissig, echt pissig. Dat is niet iets wat ik wil, ik weet niet eens hoe het werkt. Maar ik merk dat ik dat doe. Het begon al bij de 'Noorderlingen', dat ik steeds meer de donkerte inging. En hoe lager De Jurk in de maatschappij terechtkomt, hoe treuriger ook die film wordt."

"Sommige vrienden zeiden: wat is dat nou voor film, man! Mij eerst een beetje op zitten naaien en dan ga je met die kutzwervers onder de grond, daar zakt mijn broek van af!

Dat effect heb ik niet voorzien. Ik had natuurlijk wel gezien dat ik in mineur eindigde, maar dat doet de blues ook, en toch word je daar vrolijk van. Zelf vond ik dat er veel lichte toetsen in zaten, met name in de figuur van Henri Garçin, die steeds humaner werd naarmate ook hij de maatschappelijke ladder afdaalde. Maar misschien is de humor die ik daarin zie wel heel particulier. Henri werkt altijd op mijn lachspieren, ook als hij gewoon hier binnenkomt."

"Ik worstel wel steeds, zeker de laatste vier vijf jaar, met de vraag: hoe licht kan je zijn in een wereld als deze?

Mijn droom is een film te maken die zo licht is als een veertje, waar je helemaal stralend uitkomt. Licht als Matisse, lente. Maar ja, een mens wil altijd iets anders dan hij kan natuurlijk.

Ik wou wel dat ik lakonieker was. Zowel in mijn leven als in mijn werk. Datik alles wat minder serieus neem. Maar ja, daar kan je geen cursus in volgen. Dat ik het nu besef helpt al wel een beetje. Dat ik kan denken: rustig jongen, maak je toch niet zo druk, til niet overal zo zwaar aan. Dat is namelijk helemaal niet iets om trots op te zijn, zwaarmoedigheid, angst voor de dood. Eigenlijk vind ik dat ontzettend stupide dingen. Als andere schrijvers daar in interviews mee koketteren denk ik: rot op vent, dat moet je jammer vinden dat je dat hebt! Het lijkt misschien wel of je interessanter of diepzinniger wordt van dat gesikkeneur over de dood, maar dat is helemaal niet waar. Alsof een blijmoedig iemand oppervlakkig zou zijn. Het is mijn onbewuste angst voor diepzinnigheid die maakt dat ik er vaak een lakonieke draai aan geef. Ik hou niet van ernst, alleen maar ernst. Veel toneelvoorstellingengaan aan ernst ten onder."

"Ik geloof dat mijn hart steeds meer uitgaat naar huiver en spanning. Als ik naar de videotheek ga dan huur ik negen van de tien keer een thriller. Misschien is dat wel waar ik via allerlei omtrekkende bewegingen naar op weg ben. Hitchcock is wat dat betreft mijn favoriet. Dat heeft alles, dat heeft humor, daar is over nagedacht, dat klopt.

In veel Amerikaanse films zie je dat er omwille van de spanning iets in elkaar wordt geflanst dat eigenlijk niet klopt. Sporen worden niet afgemaakt, omdat ze gewoon bang zijn om een zwarte film te maken. Daar moet dan toch weer een happy end aan geplakt worden. Ik ga graag naar sombere, zwarte, huiveringwekkende films. Polanski, Hitchcock.

Als er bijvoorbeeld een moord moet plaatsvinden, zoals nu in 'Kleine Teun', danneem ik dat heel ernstig. Ik zie dat niet als een lekker effect aan het eindvan de film. Dan denk ik: tja, verdomme, een moord, er zit niks anders op, daarmoet het naartoe. Dat doe ik met een soort verantwoordelijkheidsgevoel. Dan zoekik naar een vorm om die moord uit te werken. Ik noem dat Jan Klaassen en Katrijn,maar dan blijkt het daardoor nog harder aan te komen dan ik dacht. Tegelijkertijd vind ik dat dan ook weer goed want ik wil mensen ook laten huiveren."

- Het verschil tussen jou en Hitchcock is dat bij hem, bij thrillers in het algemeen, het gevaar van buiten komt. Bij jou komt het altijd van binnenuit. De dreiging, de bom zit er bij 'Kleine Teun' vanaf het begin in, in het triootje. Jouw mensen brengen dat zelf mee. Ze worden gedreven door nietsontziende, bijna mytische krachten die in hen zelf zitten. De wil om te bevruchten, een kind te willen hebben, de dwingende angst om iemand te vermoorden. Altijd is er weer die machtsongelijkheid en het misbruik dat ervan gemaakt wordt, in al je toneelstukken en films.

Het lijkt erop dat je door de omgeving en aankleding te stileren die krachten in toom wilt houden. Alsof een overzichtelijke wereld de explosie daarvan zou kunnen tegenhouden. Dat is een valse hoop die je ook je meestal wanhopige personages meegeeft.

"Als de aankleding, de set of het decor niet klopt ben ik hulpeloos. Dan weet ik niet meer wat ik moet doen, ook niet hoe die mensen moeten praten of lopen. Toen wij voor 'Kleine Teun' een locatie gingen zoeken zagen we alleen maar plekken waarvan dan toch eerst de helft weer weg zou moeten. Allemaal bomen, troep en rotzooi die ik niet wil, waar ik alleen maar last van heb. Zo stond er bij 'De Jurk' een boom die ik niet weg kon halen. Alleen als je gaat bouwen kun je het precies zo neerzetten als je wilt. Voor de bushalte op die zandvlakte in 'Noorderlingen' had ik een stoepje laten maken met zo'n halte- paaltje, en alle mensen op dat stoepje gezet. Niet één ernaast in het zand, maar allemaal met hun zondagse kleren op dat stoepje. In de bioscoop moest iedereen daar tot mijn verbazing om lachen. Dat vond ik zo wonderlijk, dat dat Überhaupt opviel. Voor mij was het een manier om het vorm te geven, want het moest nog heel precies gebeuren ook. Ze konden er eigenlijk niet allemaal op, met hun handtasjes, en ze moesten ook nog een plekje overlaten voor de jager, die er net aankwam. Dat heeft dan een enorm effect, terwijl ik dat in een soort onschuldbedenk. Ik denk alleen: zo, dat heb ik dan weer mooi onder controle, al die mensen netjes op het stoepje.

Voor mij is het niet zo absurd als het later kennelijk vaak overkomt. Dan ben ik toch een beetje als een kind verrast: hee, dat ze dat nou zo leuk vinden!"

- Je vindt het zelf ook leuk.

"Ja, ik vind het hardstikke leuk, vooral als er iemand tegensputtert. En er is altijd wel iemand die tegensputtert, die zegt dat het toch onzin is en dat gewone mensen niet allemaal op dat stoepje zouden gaan staan. Dan voel ik me zeer gesterkt."

- Je filmt schematisch.

"Ik ben een primaire triplexfilmer. Als er leven in zit, dan komt dat door Marc Felperlaan. Ik weet dat een scène zoals die in 'De Jurk' tussen de conducteur en het meisje heavy overkomt, ook door de manier waarop het gefilmd is. Heel sec, bijna door een amateur, die gewoon twee shots filmt, een van hem en een van haar. Als Amerikanen dat zouden filmen, dan zouden ze daar veel meer schnitts van maken, en het daarmee verzachten. Ik film het met een soort van realisme dat het misschien onverteerbaar maakt. Je kan er gewoon geen andere gedachte meer aan koppelen dan wat je ziet. Je hebt maar te zien wat er gebeurt, en dat is natuurlijk altijd gruwelijker. Een man die uit het niets een huis binnendringt en een meisje dwingt zich uit te kleden, dat is walgelijk namelijk. Dat weet ik. Met de moord in 'Kleine Teun' is dat hetzelfde. Ik heb het gevoel dat, zeker in geval van moord, elke schnitt de moord acceptabeler maakt, onbewust, omdat je het verdeelt in shots. Als je de camera op het slachtoffer zou laten is dat oneindig veel erger dan als je snijdt, van de omgeving, naar een voet die trilt, naar hoe iemand in elkaar zakt. Omdat je er dan letterlijk bij blijft."

"Soms wordt me ook verweten dat ik een acteur nooit een stukje geef voordat er iets gezegd wordt. Je ziet bij mij nooit iemand de computer uitzetten, een kopje koffie inschenken. Dat laat ik weg, dat vind ik getrut, acteursdingetjes om een Oscar mee te winnen. Dingen als verdriet, iets verwerken, van dat echte acteerwerk, dat doe ik eigenlijk niet."

"Close- ups vind ik vreselijk. Marc Felperlaan maakt ze al niet eens meer want hij weet dat ze er toch niet in komen. Je hebt van die VPRO- programma's, die filmen alleen de ogen en gaan dan via een meeëter naar het oor. Dan denk ik: ga naar achteren, waar woont die man, wat voor huis heeft hij? Ik wil al die puisten niet opgedrongen krijgen. Ik vind dat lelijk. Anderen zeggen dan: dat is film.

Ik heb het gevoel dat er nog iets te veroveren valt als je een beetje afstand houdt. Dat begon al bij 'Abel'. Ik had daar een storyboard gemaakt en dat tekent wel lekker, van die close- ups. Maar toen het eerste shot werkelijk gedraaid zou worden kreeg ik iets van: nou nee, dat is toch wel erg dichtbij, er moet meer afstand komen, het moet neutraler. Ik wil het publiek niet die kop zo door de strot duwen. Vanaf dat moment is dat eigenlijk nooit meer veranderd.

Mijn stelregel is: als de acteurs bewegen beweeg ik met ze mee, als ze niet bewegen beweeg ik ook niet. Wat heel onfilmisch is, want Cocteau heeft gezegd: als een acteur niet beweegt moet je juist gaan bewegen met de camera. Dat is film. Als het maar beweegt. Nou, dat doe ik niet. Ik zeg niet dat het ene beter is dan het andere. Als ik een film zie die zo gemaakt is heb ik daar niets op tegen, ik heb het waarschijnlijk niet eens in de gaten. Maar zelf zou ik het nooit doen, dat zit gewoon niet in mijn vocabulaire."

"Hitchcock doet dat wel, en dan is het ook fantastisch. Die geeft in Rear Window met één camera- beweging aan dat de man persfotograaf is, nog voordat we hem hebben gezien. Eerst gaat hij langs een camera, dan langs een aantal foto's, dan zie je een foto in een tijdschrift staan, en glijdt hij via dat gipsen been - o hij heeft een gipsen been - naar de man. In één shot staat die hele man er, met zijn beroep en zijn handicap.

Wat me bij Hithcock vooral zo aanspreekt is dat alles bedacht is, dat alles is gemaakt volgens een idee. Totdat het boek van Truffaut over Hithcock uitkwam wist niemand dat. Hij was eigenlijk een beetje een b- filmer, die enge filmsmaakte voor de massa. Pas door dat boek is de waardering op gang gekomen.

Het is zo gedetailleerd, zo precies allemaal. Hoe hij de rook extra zwart laatmaken als een locomotief het station inrijdt, omdat met die locomotief het personage het stadje binnenrijdt dat daar de dood zal brengen. De rook moet dus zwart zijn, en veel. Dat ziet niemand bewust, maar toch.

Waarom zien we aan één shot dat het een Hitchcock is? Dat is niet alleen maar door de kleur, het zwart- wit, maar er is altijd iets in die shots, alleen al hoe de mensen lopen. Ze lopen vaak vlak langs de camera weg, dat is een soort effect. En bijvoorbeeld in Frenzy gaat de moordenaar de trap op naar een vrouw die daar binnen in een kamer is. De camera gaat achter hem aan, maar als hij de deur door is slaat de deur vlak voor de camera dicht. Dan gaat de camera weer achteruit de trap af, terug naar de straat. Daar passeren gewoon mensen, en als er even niemand langskomt hoor je de gil van die vrouw die wordt gewurgd. Dat de camera teruggaatis niet alleen spannend maar het heeft ook iets heel geestigs, iets elegants."

- Aan jouw films kun je ook zien dat het een Alex van Warmerdam film is met Alex van Warmerdam mensen in Alex van Warmerdam land.

"Ik ben over 'Kleine Teun' behoorlijk tevreden, voor zover je zelf over je eigen films tevreden kan zijn. Ten eerste vind je natuurlijk de film die je net af hebt altijd het beste. Ten tweede merk ik aan de reacties van mensen die hem zagen dat hij je in één spoor meeneemt naar het einde, dat er niemand is die zegt: nou, in het midden zakte ik toch wel een beetje weg, hoor. Deze film gaat, net als de voorstelling overigens, voortdurend een ander hoekje om. Als jij een draai naar links verwacht dan gaat'ie naar rechts, en omgekeerd. Dat is dan toch weer het magische van schrijven. Dat je op pagina dertien nog niet weet dat je op pagina vijftien een twist gaat maken, de dingen omdraait. Dat komt ook niet voort uit een gedachte, zo van: nu wordt het weer eenstijd voor een wending. Nee, opeens is die wending er. Ik kan sowieso weinigzeggen over het waarom van bepaalde keuzes die ik in mijn werk maak. Ik kan vaak niet verklaren, alleen maar reageren.

Ik weet het voordat ik het maak en terwijl ik het maak, maar zo gauw een idee uitgewerkt is of een scène af is vergeet ik de argumenten die eraan ten grondslag lagen. Dat is een hersenkwestie. Het denken is alleen maar een voorgeborchte van wat er op papier komt, en het denken zelf is niet van belang, dat stelt niks voor."

"Je probeert toch een soort alomvattende film te maken, diep in je hart. Een waar alles in zit. Mijn vader had het altijd over een acteur, de allergrootste volgens hem, ik ben zijn naam vergeten. Het ene moment lag je dubbel en het andere moment pinkte je een traan weg. Nou zal dat wel meegevallen zijn, maar dat is er wel ingestampt, iemand die op één avond die twee dingen kan overbrengen. Een mooi idee."

© Jan Ritsema

< back

GRANIET FILM, Archangelkade 15, 1013 BE, Amsterdam